Vier op een rij

Een klassieker in een wiskundejasje! Bij vier op een rij nemen twee teams het tegen elkaar op. Om de beurt beantwoorden ze een wiskundevraag. Is het antwoord goed? Dan mag het team een schijfje in het speelbord plaatsen. Is het antwoord fout, dan gaat de beurt naar de tegenstander. Het eerste team dat vier schijfjes op een rij weet te krijgen, wint het spel.

Deze werkvorm is ideaal om vaardigheden te herhalen of examenstof te oefenen. Doordat leerlingen fanatiek meespelen, worden veel opgaven gemaakt zonder dat het als een gewone oefensessie voelt. Bovendien kun je de vragen eenvoudig aanpassen aan ieder niveau of onderwerp.

Tip: als je wilt dat iedereen meedoet, wijs dan binnen een team willekeurig iemand aan die het antwoord namens zijn/haar team mag geven. Zo zorg je ervoor dat iedereen betrokken blijft.

Breuken herleiden

Deze oefening sluit aan bij wiskunde B, paragraaf 1.2, theorie B en betreft de opgaven 28 t/m 33 (opgave 23 & 24 van de 13e druk). Deze stof hebben de leerlingen in klas 3 gehad, in klas 4 wordt deze kennis als bekend verondersteld. 

Leerlingen moeten tien kwadratische vergelijkingen oplossen en de code van de kluis kraken. 

Code kraken met differentiëren

Deze oefening is geschikt voor het formatief toetsen van de stof van wiskunde B, paragraaf 2.3 en 2.4. Het berekenen van een afgeleide m.b.v. de definitie van een limiet komt aan bod, net als het differentiëren van een aantal machtsfuncties. Tenslotte een opgave met twee toepassingen van afgeleide functies.

 

Code kraken met afgeleide functies

Deze oefening is gebaseerd op opgave 76 en 77 van wiskunde B, paragraaf 9.4, theorie B. 

Leerlingen moeten tien functies differentiëren en daarmee de code kraken.

Code kraken met voorkennis sos-cas-toa

Deze oefening is gebaseerd op de opgaven V1 t/m V4 van hoofdstuk 3 (wiskunde B, 13e editie). 

Op een speelse manier moeten de leerlingen het rekenwerk rondom hoeken en zijdes (sos-cas-toa) uit hun geheugen opdiepen om de code te kraken.